Aanhouding Willem Engel onterecht, maar zijn vervolging niet!

Aanhouding Willem Engel onterecht, maar zijn vervolging niet!

De vrijlating van Willem Engel werd door zijn volgers als een soort bevrijdingsdag gevierd. Het viel te verwachten, dat zijn vrijheidsbeneming zijn positie als “martelaar van het vrije woord“ zou versterken. Zijn recente aanhouding in verband met de gestelde overtreding van de schorsingsvoorwaarden, zal deze positie nog een extra boost geven.

Dat we zijn bijdrage aan het vrije woord vooral niet moeten overschatten, blijkt niet alleen uit zijn eerdere gegoochel met feiten en cijfers over het coronavirus, maar ook meer recent aan zijn indirecte steun aan het fascistische regime van Poetin.

Kortom: we moeten even diep zuchten, om het sentiment tegen Engel niet te veel te laten overheersen in de discussie over zijn vervolging of vrijlating. Sommige mensen zouden er begrip voor hebben als “de sleutel van zijn celdeur zou worden weggegooid”.

Vrijheid van meningsuiting vs. opruiing

Maar ook verdachte Engel verdient een eerlijk proces, en het mag niet zo zijn dat hem zonder legitieme reden via “het paardenmiddel“ dat het strafrecht is, de mond wordt gesnoerd. Wanneer is er nog sprake van vrijheid van meningsuiting, en wanneer is er sprake van het aansporen tot strafbare feiten en meer in het bijzonder: het delict opruiing? De hiermee samenhangende vervolgvraag is of de verdenking tegen Engel het langer vasthouden van hem rechtvaardigt. Is de kans dat Engel opnieuw strafbare feiten zal plegen zo groot dat de meest verstrekkende maatregel die het wetboek kent, dient te worden toegepast? Bijna pesterig merkt het Openbaar Ministerie in dat verband op dat we niet kunnen uitsluiten dat de verdachte opnieuw berichten op sociale media plaatst waardoor de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar wordt gebracht. Met andere woorden: zolang hij vastzit, kan hij niets posten, en wordt daarmee ons doel bereikt.

Laten we beginnen met de verdenking van opruiing. Dit wetsartikel heeft mede veroorzaakt door de opgelopen spanningen in de samenleving, met als ultieme versterker de pandemie, een soort wedergeboorte meegemaakt. Alleen al vorig jaar werden er door het Openbaar Ministerie ongeveer tweemaal zoveel zaken (254) aangebracht wegens opruiing, als het jaar daarvoor.

Waar ligt de grens?

In de rechtspraak is het niet duidelijk waar de grens ligt voor het bewijs tot het aanzetten tot strafbare feiten. De rechter zal altijd naar de context kijken van een mogelijk opruiende tekst. Ook de samenhang met andere teksten kan tot een bepaald patroon van opruiing leiden.

Willem Engel heeft bijvoorbeeld opgeroepen om zoveel mogelijk mensen te besmetten met het virus. Als het zou gaan om kwetsbare personen dan zou hierin een aanmoediging tot poging zware mishandeling kunnen worden gezien. Met name zijn eerdere oproep, waarin hij in een livestream op Facebook opriep om agenten te arresteren middels burgerarrest, kan hem strafrechtelijk serieus in de problemen brengen. Gelet op de omvang van zijn aanhang en de explosieve sfeer die er rondom de coronademonstraties hing, kan goed worden betoogd dat hierdoor voor politieagenten een zeer bedreigende situatie ontstond. Feitelijk riep hij op tot het arresteren van politieagenten, die de orde juist dienden te handhaven.

Waar precies door de rechter de grens zal worden gelegd voor opruiing is onduidelijk. Welke tweets kunnen door de beugel, en welke tweets zijn over de (strafrechtelijke) grens? Hoe concreet was de tekst? En op welk moment, en op welke wijze werd deze tekst geopenbaard? Bij Engel zal de rechter ook vooral de onderlinge samenhang van de berichten betrekken. Engel is niet dom, en schuurt waarschijnlijk bewust langs de randen van de wet. Gelet op de vele uitlatingen, de context en de explosieve sfeer tegen welke achtergrond de uitlatingen zijn gedaan, maken deze de vervolging beslist niet kansloos.

Nu de vrijheidsbeneming

De eerdere vrijheidsbeneming van Engel kwam ongerechtvaardigd over. Het leek erop alsof “de kwelgeest“ uit de roulatie moest worden gehaald, om het eigen gelijk te onderstrepen. Alleen al het tijdstip waarop Engel werd aangehouden; dat ongeveer samenviel met het einde van alle corona beperkingen, doet afbreuk aan de legitimiteit van de toepassing van de vrijheidsbeneming. Nu de uitlatingen voornamelijk betrekking hadden op de pandemiebestrijding, geldt dat specifiek voor het delict opruiing, alleen al het opheffen van alle maatregelen, Engel hierdoor zou degraderen tot een soort “roepende in de woestijn“. In feite kan het einde van de pandemie, ook het einde van Willem Engel betekenen.

Het Openbaar Ministerie zou “zuiniger moeten zijn“ met het gevangenzetten van onwelgevallige types zoals Engel. De rechtbank nam in haar eerdere beslissing om Engel te schorsen, een soort “poldermodelbeslissing“: Engel moest stoppen met zijn activiteiten op sociale media en kon onder deze voorwaarden worden vrijgelaten. Volgens het Openbaar Ministerie heeft Engel zich door een optreden in Café Weltschmerz niet aan deze beslissing gehouden, en heeft hem wederom doen aanhouden.

Toch blijft het twijfelachtig, of de reikwijdte van de schorsingsvoorwaarden, deze aanhouding rechtvaardigt. Het niet actief zijn op sociale media, is niet meteen gelijk te stellen met een interview in een internetprogramma. Het lijkt mij niet de bedoeling van de rechtbank om Engel monddood te willen maken door de schorsingsvoorwaarden zo ruimhartig te interpreteren.

De achterliggende gedachte van de beslissing van de rechtbank, is om te voorkomen dat Engel zich wederom aan opruiing, of soortgelijke strafbare feiten schuldig zou maken. Het interview dat hij heeft gegeven is vrij onschuldig van karakter, en rechtvaardigt wat mij betreft niet een nieuwe gevangenneming.

 Maarten Pijnenburg

Advocaat Dekens Pijnenburg advocaten

Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook