Van der Staaij c.s. strafbaar door het ondertekenen van de Nashville verklaring?

Op de Bijbelse rustdag leek het even alsof de 19e, of misschien wel de 18e eeuw nog niet was geëindigd. Toen kwam naar buiten dat ruim 200 christelijke gelovigen, waaronder de prominente SGP-leider Kees van der Staaij , de omstreden Nashvilleverklaring hadden ondertekend.

Geen bijster originele verklaring. Het was een vertaling van een geleende Amerikaanse verklaring uit 2017 waarin christenen zich uitspraken over hoe zij moeten omgaan met het geloof, huwelijk en seks. Op zichzelf zal niemand er moeite mee hebben dat gelovigen een soort leidraad opstellen, hoe zij zich binnen het christelijke geloof moeten opstellen wanneer zij tegen bepaalde dilemma’s aanlopen.

Het wordt anders wanneer de gelijkwaardigheid van bepaalde bevolkingsgroepen met een seksuele geaardheid min of meer wordt ontkend, of zelfs voorwerp wordt van een strijd. Zij die homoseksuele onreinheid of transgenderisme goedkeuren mogen deze mening niet hebben, want het gaat hier niet om een moreel neutrale zaak waarover getrouwe christenen onderling van mening mogen verschillen. Een venijnige tekst. Niet alleen het aanhangen van het archaïsche idee van de ongelijkheid van seksen wordt hiermee verkondigd, maar ook de miskenning van het recht om hierover van mening te verschillen. Laat dat duidelijk zijn!

Alsof dit nog niet genoeg is, krijgen de transgenders er nog eens extra van langs, want er moet met de genade van God (een soort vrijbrief?) worden gestreden tegen dit in de ogen van de ondertekenaars verkeerde zelfverstaan.

Mijn Bijbelse kennis is diep weggezonken, maar vaag herinner ik me iets als heb uw naaste lief gelijk uzelf. Vond ikzelf altijd wel een goede. Een Bijbelse spreuk die oproept tot tolerantie.

Hoeveel vrijheid moeten we deze retrochristenen nog gunnen? Sterker nog: gaan deze uitspraken verder dan wat archaïsche achterlijke denkbeelden of zijn ze strafbaar?

De Nashvilleverklaring roept vanzelfsprekend de vergelijking op met de beruchte minder minder- uitspraak van Geert Wilders, waarvoor hij nu bij het Gerechtshof terechtstaat. Zet deze uitspraak ook aan tot haat of discriminatie tegen homoseksuelen of transgenders?

Aanzetten tot haat gaat wellicht een stap te ver, maar op zijn minst kan worden gesteld dat degenen die het pamflet hebben ondertekend zich mogelijk schuldig hebben gemaakt aan groepsbelediging (art 137c Sr) . Dit is een legitieme vraag die aan het Openbaar Ministerie en uiteindelijk aan de rechter dient te worden voorgelegd. De rechter zal dan beoordelen in hoeverre deze uitlatingen die onmiskenbaar discriminerend zijn voor homoseksuelen en transgenders, binnen de religieuze context toelaatbaar zijn, waardoor het beledigende karakter eventueel kan worden weggenomen[1] .

Nu de uitspraken een miskenning vormen van fundamentele rechten voor iedereen die zich begeeft buiten het traditionele huwelijk tussen man en vrouw, en bijvoorbeeld het in 2001 ingevoerde homohuwelijk miskent, zullen Van der Staaij en consorten er een harde dobber aan hebben om een juridische invulling te geven aan de religieuze context waarin de uitlatingen zijn gedaan. Een bijdrage aan het maatschappelijk debat levert het ook niet, tenzij men aanvaardt dat iedere maatschappelijke verworvenheid zoals het vrouwenkiesrecht of het verbod op kinderarbeid keer op keer ter discussie moet worden gesteld.

Ik vind niet dat Van der Staaij, zoals de wet toelaat, een gevangenisstraf moet krijgen. Geheel in de christelijke gedachte van barmhartigheid, zal een geldboete of een taakstraf kunnen volstaan. Wat gij niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet.

[1] zie voor het zogenaamde stappenmodel de meest recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam Ecli:Nl:RBAMS:2019:13

Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook