De neef van Ridouan en de vrije advocatenkeuze

De neef van Ridouan en de vrije advocatenkeuze

De aanhouding van de advocaat en neef van Ridouan Taghi heeft veel ophef veroorzaakt in het maatschappelijk debat over de georganiseerde misdaad.

Uit informatie afkomstig van de criminele inlichtingendienst bleek dat er sterke aanwijzingen bestonden dat deze neef, die ook als advocaat voor hem optrad, het privilege van de vrije toegang zou misbruiken om als boodschapper allerlei informatie door te spelen aan leden van de criminele groepering.

Het is op dit moment nog niet bekend hoe verstrekkend deze rol is geweest, maar er zou op zijn minst over gewelddadige ontsnappingspogingen en drugshandel zijn gesproken. Kortom: zaken die niets te maken hebben met de rol die een strafrechtadvocaat heeft bij de verdediging van een cliënt, of andere legitieme vormen van juridische bijstand.

Reactie minister Dekker

Na het bekend worden van deze verdenking reageerde minister Dekker vrij direct door dit gegeven te gebruiken om te onderzoeken of er strengere regels nodig zijn voor advocaten die van zware delicten verdachte cliënten in detentie willen bezoeken. De toon is hiermee gezet: strafrechtadvocaten zouden eventueel onder verscherpt toezicht moeten worden gesteld om te voorkomen dat zij handlangers worden van de georganiseerde misdaad.

Je kunt de discussie maar beter voor zijn, zo lijkt de gedachte van de minister. Al vrij snel werd de beschuldigende vinger gewezen naar de advocatuur, waarbinnen zich het incident heeft afgespeeld.

Zijn deze reacties terecht en is nadere regelgeving nodig?

De reactie van de strafrechtadvocatuur hierop was voorspelbaar. Kort samengevat: voor een op zichzelf staand incident dient het grondrecht van de vrije advocatenkeuze niet te worden opgeofferd.

De reactie van Dekker heeft de polarisatie in deze discussie duidelijk bevorderd. Dekker stelt namelijk de vraag of de vrije advocatenkeuze door wet en regelgeving dient te worden beperkt.

Dit is wat mij betreft een overbodige en onnodige vraag.

Artikel 6 van het EVRM

De vrije toegang tot een advocaat is verankerd in artikel 6 van het EVRM, maar zoals bij vele grondrechten geldt: niets is onbeperkt, en door wetten kan er sprake zijn van inperking van grondrechten. Bij conflict van rechten kan de rechter bepalen welk recht dient te prevaleren.

In de casus die hier aan de orde is, gaat het om een advocaat die zich heeft gesteld voor de verdachte als één van de vier (!) advocaten. Dit is rijkelijk veel, maar in beginsel kan iemand meerdere advocaten hebben. In ingewikkelde strafzaken is dit niet ongebruikelijk.

Media-advocaat of boodschapper?

Toch vielen er een aantal zaken op. De eerder gemelde informatie van de criminele inlichtingendienst, waarin werd vermeld dat hij zijn rol zou misbruiken. Het gegeven dat het hier om een neef gaat, die geen wezenlijke rol heeft gehad in het Marengo-proces waarin de verdachte Taghi de hoofdrol speelt. Hoewel de neef zich profileert als strafpleiter, werd hij in deze zaak als media-advocaat opgevoerd. De advocaat bezocht zijn cliënt vaak meerdere keren per week, wat opmerkelijk is gelet op het gegeven dat hij geen rol had bij de verdediging in het strafproces.

Tegen deze achtergrond, en gelet op de zeer grimmige lading van het Marengo-proces, waarbij er verschillende liquidaties hebben plaatsgevonden van o.m. de broer van de kroongetuige, advocaat Wiersum en Peter R. de Vries, is het begrijpelijk dat het Openbaar Ministerie deze advocaat wilde weren van het contact met de verdachte.

Vrije toegang tot advocaat?

In beginsel treedt de opsporing, het Openbaar Ministerie of de zittende magistratuur niet in de relatie tussen de advocaat en zijn cliënt, de verdachte. Het Openbaar Ministerie heeft dat in dit uitzonderlijke geval wel geprobeerd via een klacht bij de Deken van de Orde van Advocaten. Het onderzoek tegen de advocaat leverde geen concrete verdenking op.

Hierbij dient direct de kanttekening te worden geplaatst dat de Deken waarschijnlijk zeer beperkte mogelijkheden heeft gehad om te onderzoeken of de advocaat zijn bevoorrechte positie zou misbruiken.

Was hiermee de kous af? Had het Openbaar Ministerie moeten berusten in deze situatie, of ondanks het oordeel van de Deken alsnog besluiten om de advocaat geen toegang te verlenen tot de verdachte?

Rol Openbaar Ministerie

Achteraf is het altijd makkelijk oordelen, maar het is goed te verdedigen dat het Openbaar Ministerie voet bij stuk had gehouden om de advocaat alsnog de toegang tot zijn cliënt te weigeren.

Hiermee had het Openbaar Ministerie wat mij betreft geen grondrechten met voeten getreden. Immers: er was nog ruim voldoende rechtsbijstand.

Het Openbaar Ministerie had weliswaar geen hard materiaal in handen, maar gelet op alle omstandigheden en risico’s die er aan de vrije toegang kleefden is dit standpunt te rechtvaardigen.

Common sense

Als het gaat om grondrechten dan zou de discussie niet alleen moeten gaan over het absolute recht van de verdachte om vrije toegang te krijgen tot iedere advocaat die hij wenst, maar meer of deze keuze gelet op zijn positie redelijkerwijs te rechtvaardigen is. Terughoudendheid blijft dan het uitgangspunt bij de beoordeling hiervan, maar in dit geval zou het verschaffen van toegang, gelet op alle geschetste omstandigheden in strijd zijn met common sense en wellicht blijk geven van naïviteit.

Het had er op zijn minst de schijn van dat het hier helemaal niet om rechtsbijstand ging, zodat het Openbaar Ministerie het erop had kunnen wagen, om zonder concrete verdenking de toegang tot de cliënt te weigeren.

Het waardevolle verdragsrecht: acces to a lawyer is niet bedoeld om rechten te ondermijnen of misdaad te faciliteren. Het EVRM kent naast het recht op toegang tot een advocaat eveneens een misbruikbepaling (art. 54) die ervoor zorgt dat het verdrag niet wordt gebruikt om rechten en vrijheden teniet te doen. Als het Openbaar Ministerie deze weg had bewandeld zou de verdachte dit door de rechter kunnen laten toetsen.

Nu hier niet voor is gekozen, is het niet gepast om eenzijdig te kiezen voor een onderzoek naar strengere regels voor advocaten. Dit is namelijk niet de oplossing van het probleem. Er is namelijk niet gebleken van een structureel probleem, dat om regelgeving schreeuwt.

Het gebruiken van het normale gezonde verstand, gekoppeld aan meer lef, had het Openbaar Ministerie kunnen behoeden van het ontstaan van het lek.

Maarten Pijnenburg

Advocaat Dekens Pijnenburg advocaten

Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook